Ik rilde en trok de deken nog iets verder over me heen. De winterkoude wilde me grijpen, me meesleuren in de ijzige velden waar alle warmte werd verbannen. In zwart gehulde gedaantes zweefden langs mijn raam. Nog dieper kroop ik onder mijn dekens, opzoek naar mijn redding. Mijn hand gleed voorzichtig onder mijn kussen. ‘Gevonden,’ fluisterde ik opgelucht. Het lange dunne voorwerp omsloot ik met mijn hand, klaar om mezelf te bewijzen.

Mijn naam is Goderic Griffoendor, zeventien, voor de wet volwassen. Het komt me nu niet zo goed uit om mezelf uitgebreid voor te stellen, ik zit namelijk verwikkeld in een strijdt tegen dementors. Ja, ook in mijn tijd zijn deze kwaadwillende wezens al volop aanwezig. Eén moment, ik ben zo bij jullie terug.

Een helder licht verlichtte mijn kamer, maar ik was het niet. De deur van mijn kamer was opengeslagen, een grote zilverkleurige slang gleed langs mijn raam en joeg de dementors weg. De warmte die van het zilveren schijnsel kwam trok me onder mijn dekens vandaan. ‘Ik vroeg me al af of alles wel goed met je ging.’ Zalazar keek me glimlachend aan. Mijn vriend door dik en dun. Ik gaf hem een vriendschappelijke klap op zijn schouder. Samen liepen we de trap af. ‘Waarom liet je ons zo lang wachten Zalazar?’ vroegen Helga en Rowena tegelijkertijd. ‘Ik wilde graag Goderic de eer geven ze te verslaan.’ ‘Je wist dat ik sliep,’ zuchtte ik vermoeid terwijl ik de slaap uit mijn ogen wreef. ‘Nou in ieder geval zijn ze nu weg.’ Rowena kwam iets dichter naar me toe geschoven. Haar lange haar glansde in het zonlicht dat nu de keukenruimte binnenscheen.

Hier ben ik weer, de rust is nu wat teruggekeerd hoewel je daar hier maar weinig van op aan kunt. Onder het genot van een kop thee zal ik jullie het één en ander vertellen over mij en mijn vrienden. Zo lang ik mij kan herinneren zijn wij al vrienden, we kennen elkaar zegmaar vanaf de wieg. Zes jaar geleden, op onze elfde verjaardag om precies te zijn, ontvingen wij onze toverstok. Vanaf dat moment begonnen we onze magische kwaliteiten te prikkelen. Al snel hadden we enkele, bij onze ouders bekende, spreuken onder de knie. We besloten op reis te gaan om meer kennis te verzamelen en zo onze magische krachten groter te maken dan enig andere tovenaar in onze kenniskring ooit was gelukt. Over de hele wereld leerden wij tovenaars en heksen kennen en daarmee ook nieuwe spreuken en bezweringen. Allemaal wisten we ons te specialiseren in dat was ons het beste lag. Zalazar ontving veel kennis over alles wat te maken had met de zwarte magie, de duistere kant. Hij kent geen angst en als hij iets voor ogen heeft dan gaat hij daar ook voor. Neem dan Helga, ze heeft geduld voor twee en trouw aan alles wat ze doet. Een echte vriendin door dik en dun, ik kan me niet herinneren dat zij ooit problemen heeft gehad met iemand. Rowena bezit ontzettend veel kennis, het meest van ons allemaal. Geen probleem is voor haar onoplosbaar. En ik, mijn kwaliteiten vinden zich in dapperheid, ridderlijkheid, durf en lef.

In de verte verschenen opnieuw donkere wolken. Dit keer, zo wist Rowena te vertellen, geen dementors maar een gewone regenbui. We besloten ons ontbijt nog wat te verlengen om vervolgens binnen aan de slag te gaan. Al snel werd de tafel verborgen onder vele rollen perkament. Onze maandenlange voorbereidingen uitgewerkt tot in detail. ‘Helga, heb jij de ontwerpen voor de logo’s al klaar?’ Ze wees met haar toverstok op de perkamentverzameling, een viertal rollen perkament vlogen in haar uitgestrekte armen. Eén voor één legde ze ze uitgerold op tafel, terwijl wij geïnteresseerd over de tafel heen bogen. ‘Goderic dit is jou logo!’ Op tafel lag een rood met goudgekleurd logo, in sierlijke letters stond mijn achternaam geschreven; Griffoendor. Een prachtige leeuw sierde het schildvormige logo. ‘Zalazar, die van jou!’ Ook het logo van Zwadderich had een schildvorm, zijn kleuren; zilver en groen. Het dier dat op dit logo was getekend was een slang, Zalazar kon met slangen praten, de keuze voor dit dier was dan ook niet moeilijk geweest. ‘Rowena, ik hoop dat deze raaf is zoals je hem verwachtte.’ Het prachtige blauw met bronzen schild droeg de tekening van een trotse raaf, ze vertoonde hoe Rowena was. Haar kennis oneindig, maar zeer moeilijk te bereiken. Ravenklauw, zeiden de sierlijke letters. Als laatste bekeken we het geel met zwarte logo van Helga, een Huffelpuf. Een vriendelijk kijkende das paste precies bij hoe wij haar kenden.

Waarom we die logo’s hebben gemaakt? Wel, ik kan het jullie nu ook wel vertellen. Mijn vrienden en ik zijn op het moment bezig om een toverschool te beginnen. Tijdens onze reis beseften wij ons elke keer opnieuw hoeveel moeite we als tovenaar moesten doen om ons doel te bereiken. Waarom niet alle kennis van magie verzamelen op één plaats. Oké, natuurlijk is het niet mogelijk om alles te verzamelen, maar met ieder klein beetje kom je al ergens. Op het moment zitten we in de laatste fase van ons plan. We hebben een locatie, een oud landgoed van mijn familie, er staat een oud vervallen kasteel er is een meer, een bos en meer dan voldoende ruimte. De perfecte locatie voor een school. Met al onze magische kennis hebben wij het kasteel omgebouwd tot een magische school, ieder van ons heeft de school iets speciaals meegegeven. Als je wilt weten wat dat allemaal is raad ik je aan om zelf een keer langs te komen zodra de school klaar is. Waar zijn we gebleven? O ja, de logo’s.

‘Ik heb nog iets.’ Verbaasd keken we in het glimlachende gezicht van Helga, achter haar rug haalde ze een vijfde rol perkament weg. Het schild dat er was afgebeeld was de mooiste van alle schilden die Helga getekend had. Deze toonde de naam van onze school en ook de kleuren en dieren die op ons eigen logo waren getekend. Stuk voor stuk omhelsden we Helga, om haar te bedanken voor haar fantastische creativiteit. ‘Wat moet er nu nog gebeuren?’ ‘De brieven aan de leerlingen.’ We schoven alle rollen perkament op één stapel. Ik nam een ganzenveer in mijn hand en doopte die in de inkt.



Beste (leerling)

Wij, Zalazar Zwadderich, Helga Huffelpuf, Rowena Ravenklauw en Goderic Griffoendor, nodigen jou uit om op onze nieuwe toverschool een opleiding te volgen. Deze nieuwe ontwikkeling in het onderwijs der magische vaardigheden maakt het gemakkelijker om jou magie te leren beheersen. Geen lange wereldreizen vol gevaren, maar een scholing op één locatie waar kennis der magie is samengebracht. Op maandag 1 september verwachten wij jou op het station in London, tussen perron negen en tien zullen wij jou opwachten om samen te vertrekken naar perron 9 ¾ waar de trein naar school klaar zal staan. We verwachten dat je een eigen toverstok meebrengt en waar mogelijk ook een zwart tovenaarsgewaad.

De oprichters




Tevreden legde ik de ganzenveer neer. ‘Voldoende?’ De andere drie knikten. Ik wees met mijn toverstok op het perkament en vermenigvuldigde het. Een stapel van zeker twintig rollen perkament vulde de ruimte voor ons. We stonden op van onze plaats, klaar om naar buiten te gaan en onze uilen te versturen. Zalazar deed de deur open, een krakend geluid vulde onze oren. Een ijzige koude kwam ons tegemoet. In één beweging hadden we ons door de deur naar buiten gewurmd en onze toverstokken stevig vast in onze handen. ‘Expecto patronum,’ riepen we in koor. Een leeuw, raaf, das en slang verschenen in een overweldigend zilveren licht. Als één patronus gleden ze op de dementors af.

Even een adempauze. De tweede dementor aanval al vandaag, vreselijk, een dagelijks terugkerend beeld. Het is hier alles behalve veilig. Ze raden dan ook iedereen aan om nooit alleen de straat op te gaan. Zelfs de grootste tovenaars van deze tijd wagen zich niet alleen op pad. En ik? Ik loop altijd samen op met Zalazar en ben dus nooit alleen. Oké, de aanval is nog niet over dus snel weer terug.

‘Het zijn er teveel!’ Overstemde Zalazar het kabaal. We knikten naar elkaar, het was tijd om onze krachten te bundelen. In een halve cirkel gingen we tegen elkaar en het huis aanstaan. ‘3..2..1.. NU!’ schreeuwde ik, om mezelf verstaanbaar te maken. ‘EXPECTO PATRONUM’ Galmde het luid boven het lawaai uit. Onze patronussen hadden zich bij elkaar verzameld en gaven een grotere kracht uit dan alle vier apart.

Vanaf dat moment af wist ik dat wij vieren alles aankonden, zolang wij iets samen zouden aanpakken zou het slagen. De dementors waren voor nu verdreven. Voor ze weer terug konden komen waren wij weg, veilig naar onze eigen school om daar de laatste voorbereidingen te treffen voor de leerlingen die spoedig zouden komen.

Ik ben Goderic Griffoendor en ik wil jou van harte welkom heten op de school van mij en mijn vrienden. Wij hopen dat jij het erg naar je zin zult krijgen en je zult thuis voelen in welke afdeling je ook terecht zult komen. Veel plezier op onze school, veel plezier op Zweinstein.

Dit verhaal is mogelijk gemaakt door Zweinsteins eigen sorteerhoed, die ons meenam terug in de tijd.